De Nederlandse normcommissie speeltoestellen houdt zich bezig met veilig spelen

De Nederlandse normcommissie speeltoestellen houdt zich bezig met veilig spelen

Speeltoestellen zijn al langer bekend maar bevonden zich aanvankelijk vooral in parken of speciale speeltuinen. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw werden ze op grote schaal in de openbare ruimte geplaatst. Toen er door de ontstane welvaart aandacht en geld voor was kwamen er steeds vaker speelperkjes of losse schommels en glijbanen in woonstraten. Er werd ook meer aandacht besteed aan nieuwe ontwerpen voor speeltoestellen. Een bekend voorbeeld is het veertoestel of, minder ambtelijk, de wipkip.

Speeltoestellen voor openbaar gebruik moeten voldoen aan uitgebreide veiligheidseisen. Die hebben niet alleen betrekking op het toestel zelf, maar ook op de ondergrond. Die moet van valdempend matiaal zijn, zoals rubbertegels. Bovendien mogen er geen obstakels direct naast een toestel staan. Ook moeten speeltoestellen voor de openbare ruimte officieel goedgekeurd zijn.

De Nederlandse normcommissie speeltoestellen houdt zich bezig met veilig spelen, speeltoestellen en het beheer van speelruimtes. Dit alles is vastgelegd in de Europese normen; vanuit Nederland wordt aldus een actieve bijdrage geleverd. NEN-EN 1176 is verdeeld in een deel met algemene veiligheidseisen, een deel met eisen voor onderhoud en delen met specifieke aanvullende eisen voor verschillende typen speeltoestellen zoals glijbanen, schommels en wiptoestellen. In NEN-EN 1177 staan eisen voor bodemoppervlakken.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *